Water besparen is niet alleen minder water gebruiken. Het betekent minder afhankelijk worden van water. En wanneer waterbeschikbaarheid uiteindelijk de grens aan productie bepaalt, wordt waterbesparende reinigingstechnologie feitelijk productietechnologie.
Guy Ackermans
Waterbesparing wordt in de voedingsmiddelenindustrie vaak nog primair gezien als een duurzaamheidsdoel of als een manier om operationele kosten te verlagen. Een recent rapport van ABN AMRO laat zien dat die benadering te beperkt wordt. De centrale vraag wordt steeds minder wat water kost, en steeds meer of voldoende water beschikbaar blijft om te kunnen produceren.
In het Sector Research-rapport Nederlandse bedrijven moeten zich voorbereiden op extreme weersomstandigheden van 14 augustus 2026 besteedt ABN AMRO specifiek aandacht aan de voedingsmiddelenindustrie. De titel van het hoofdstuk laat weinig ruimte voor twijfel: “Niet de prijs, maar de beschikbaarheid van water vormt risico voor de voedingsmiddelenindustrie.”
Dat is een belangrijke constatering voor een industrie waarin water een onmisbare productiefactor is.
Zonder water geen voedselproductie
ABN AMRO wijst erop dat leidingwater in de voedingsmiddelen- en drankenindustrie voor uiteenlopende toepassingen wordt gebruikt: als ingrediënt, voor bereidingsprocessen zoals koken en stomen, maar ook voor het reinigen van producten, verpakkingen en machines. Daarnaast worden grond- en oppervlaktewater veelvuldig voor koeling gebruikt.
Tegelijkertijd is water relatief goedkoop. Volgens het rapport bedragen de directe waterkosten in de voedingsmiddelenindustrie slechts enkele tienden van procenten van de totale kostprijs. Zelfs wanneer de waterprijs stijgt, blijft de behoefte aan water daardoor relatief hoog. De productie kan immers niet simpelweg zonder.
Precies daar ontstaat het toekomstige risico.
Drinkwaterbedrijven waarschuwen volgens ABN AMRO dat tijdens droge perioden vanaf 2035 tekorten kunnen ontstaan wanneer onvoldoende maatregelen worden genomen. Dat kan ertoe leiden dat bedrijven op piekmomenten minder toegang krijgen tot water. Ook uitbreidingsplannen van ondernemingen met een hoge aanvullende watervraag zouden moeilijker kunnen worden gehonoreerd.
Waterbeschikbaarheid verandert daarmee van een milieuvraagstuk in een business-continuitsvraagstuk.
Van waterrekening naar productiecapaciteit
Voor een voedselverwerker is het daarom niet langer voldoende om alleen te berekenen hoeveel euro per jaar met waterbesparing kan worden verdiend.
De belangrijkere vraag is: Hoeveel productie kunnen wij realiseren met de hoeveelheid water die beschikbaar is?
Dat verschil is essentieel. Wanneer een fabriek tegen de maximale capaciteit van haar wateraansluiting, vergunning of regionale watervoorziening aanloopt, wordt iedere kubieke meter die niet nodig is voor het proces potentieel extra productiecapaciteit.
De traditionele relatie: meer productie = meer waterverbruik zal daarom steeds vaker moeten worden doorbroken.
Dat geldt in het bijzonder voor waterintensieve sectoren zoals de vlees- en pluimveeverwerking, waar tijdens het productieproces op veel verschillende plaatsen water wordt gebruikt voor productreiniging, proceshygiëne en het reinigen van productdragers en installaties. Een technologie die dezelfde of betere hygiënische prestaties met aanzienlijk minder water realiseert, levert in zo’n situatie niet alleen een lagere waterrekening op. Zij vermindert de afhankelijkheid van een steeds schaarsere productiefactor.
ABN AMRO adviseert nu te handelen
ABN AMRO adviseert voedingsmiddelenbedrijven daarom niet te wachten totdat daadwerkelijk tekorten ontstaan. Bedrijven doen er volgens het rapport goed aan nu al oplossingen te implementeren die het waterverbruik verminderen. Genoemde mogelijkheden zijn onder andere efficiëntere productieprocessen, kortere reiniging, filtratie en hergebruik van water en het opvangen van restwater.
Tegelijkertijd constateert ABN AMRO een probleem. De businesscase voor waterbesparende investeringen is niet altijd eenvoudig rond te rekenen. Water is relatief goedkoop, terwijl nieuwe technologie een investering vraagt. Wanneer uitsluitend de besparing op de inkoopprijs van water wordt meegenomen, ontstaat daardoor al snel een lange terugverdientijd.
Maar juist in de voedselverwerkende industrie is die berekening vaak te beperkt.
De werkelijke kosten van water
Een kubieke meter water kost een voedselverwerker namelijk veel meer dan alleen de prijs die het waterbedrijf factureert.
Water moet naar de juiste locatie worden gepompt. Het moet soms worden verwarmd of gekoeld. Na gebruik moet het worden afgevoerd en in veel gevallen worden behandeld. Meer water betekent vaak ook meer afvalwater, meer energieverbruik en grotere belasting van waterzuiveringsinstallaties.
Bij reinigingsprocessen komen daar andere factoren bij: chemicaliën, arbeid, onderhoud, productiestilstand en de effectiviteit van de reiniging zelf.
Daarom zou niet alleen naar de Cost of Water moeten worden gekeken, maar naar de Total Cost of Cleaning. Dat verandert de businesscase aanzienlijk.
Minder afhankelijk van water met Undine®
Dit is precies waar de Undine®-technologie van IWC-International relevant wordt. Undine® combineert water en perslucht en zet het water om in zeer kleine druppels die met hoge snelheid het te reinigen oppervlak raken.
Het doel is niet simpelweg minder water gebruiken, maar meer reinigend vermogen uit iedere liter water halen.
In voedselverwerkende processen kan daardoor in veel toepassingen 50 tot 70% minder water worden gebruikt terwijl een gelijkwaardig of beter reinigingsresultaat wordt bereikt. Minder water betekent daarnaast potentieel minder afvalwater, minder energie en, afhankelijk van de toepassing, minder chemicaliën en onderhoud.
Daarmee verandert ook de terugverdienberekening. De vraag is niet langer alleen:
- “Hoeveel besparen we op onze waterrekening?”
Maar bijvoorbeeld ook:
- “Hoeveel afvalwater hoeven we niet meer te behandelen?”
- “Hoeveel energie besparen we?”
- “Hoeveel product kunnen we verwerken binnen onze bestaande watercapaciteit?”
En uiteindelijk misschien wel de belangrijkste:
- “Kunnen we onze productie blijven draaien wanneer water minder vanzelfsprekend beschikbaar is?”
Water efficiency wordt bedrijfszekerheid
Het rapport van ABN AMRO bevestigt daarmee een ontwikkeling die voor de voedingsmiddelenindustrie strategisch belangrijk wordt. Bedrijven wereldwijd krijgen door extremere droogte en toenemende druk op de drinkwatervoorziening steeds meer te maken met de fysieke grenzen van hun watergebruik. ABN AMRO stelt breder dat bedrijven door tijdig klimaatadaptieve maatregelen te nemen de gevolgen voor hun bedrijfsvoering kunnen beperken en hun concurrentiepositie kunnen versterken.
Voor voedselverwerkers betekent dit dat water efficiency niet langer alleen thuishoort in het duurzaamheidsverslag.
Het hoort thuis in de productiestrategie.
Bekijk hier het rapport van ABN Amro